We hebben weer iets om dit najaar over na te denken!

Het is erg onrustig geweest op het gebied van de regelgeving rondom onze oudedagsvoorzieningen. De pensioenleeftijd is verhoogd, de pensioenopbouw is versoberd en door de lage rente krijgen sommige mensen een veel lagere oudedagsuitkering dan zij aanvankelijk hadden gedacht. Voor de ondernemers die via een BV of NV een eigen onderneming drijven en via hun vennootschap een oudedagsvoorziening opbouwen, komt daar nog bij dat er de afgelopen jaren veel te doen is geweest omtrent de waardering van de verplichtingen die hieruit voortvloeien. Op grond van de fiscale wetgeving moet bij het waarderen van verplichting rekening worden gehouden met een oprenting van minimaal 4%. De werkelijke rente ligt veel lager en daardoor liggen de werkelijke financiële lasten voor de vennootschap veel hoger dan men op grond van de fiscale cijfers zou verwachten. Voor veel accountants is dat al aanleiding geweest om in de commerciële jaarrekening de verplichting op te nemen uitgaande van de werkelijke rente. Er kunnen daardoor aanzienlijke verschillen ontstaan tussen de fiscale cijfers en de commerciële cijfers. Dit alles leidt ook tot extra administratieve lasten en dus kosten. Dit voorjaar is aangekondigd dat men een eenvoudiger systeem wil introduceren voor het opbouwen van pensioen voor de directeur aandeelhouder binnen de eigen vennootschap. Zoals de zaken er nu voorstaan gaat de voorkeur van dit kabinet uit naar “Oudedagssparen in eigen beheer”. Uitgangspunt hierbij is dat jaarlijks een bepaald bedrag opzij wordt gezet dat kan worden aangewend voor de oudedag. Jaarlijks wordt het aldus “gespaarde” bedrag verhoogd met een marktconforme rente. Als u dat wenst kunt u de opgebouwde pensioenpot tussentijds laten overboeken naar een lijfrente (verzekering, sparen of beleggen)...

Fiscus let extra op de zakelijkheid van de kosten van ondernemers

Ieder jaar kiest de fiscus een aantal onderwerpen waar extra aandacht aan wordt besteed. Logich, want met miljoenen aangiften en beperkte mankracht is het ondoenlijk om alles even nauwkeurig na te lopen. Bent u ondernemer voor de inkomstenbelasting, dan is het goed om te weten dat de belastingdienst dit jaar extra let op de zakelijkheid van de opgevoerde kosten. Altijd al een bron van geschil tussen de belastingplichtige en de fiscus en dit jaar dus extra uitgelicht.  Waar moet u aan denken? Alle uitgaven die een (mede) privékarakter zouden kunnen hebben. Zo is kleding aftrekbaar als het zakelijke doeleinden dient. Kunt u de kleding mede privé dragen, dan is er geen aftrek mogelijk. Een ZZP’er die als clown optreedt kan dus de kosten van een clownspak in mindering brengen op de winst, maar een theaterartiest die een mooie spijkerbroek koopt niet. Computers en apparatuur kunnen afhankelijk van het type ondernemer anders worden aangemerkt. Een fotocamera is duidelijk een bedrijfsmiddel voor een fotograaf, maar niet voor een schoonmaker. Op zich zakelijke kosten kunnen verder onzakelijk worden doordat ze buitensporig zijn. Een consultant met een jaaromzet van € 20.000 die een auto van € 80.000 ‘op de zaak’ aanschaft doet iets wat de fiscus heel goed zou kunnen beschouwen als iets wat geen weldenkend ondernemer zou doen. Beperking van de aftrek dus. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Nu u dit weet, is het wellicht een goed idee om de opgevoerde kosten in uw winstaangifte nog eens onder de loep te nemen of door te spreken met uw adviseur. Ook fiscaal geldt namelijk dat voorkomen beter is dan genezen. Een goede...

De fiscus en nostalgie

In tijden dat de banken verlegen zaten om uw spaargeld en een spaarrekening een aantrekkelijk alternatief was voor de oude sok, kon men nog wel leven met de vermogensrendementsheffing. Vervelend, dat wel, maar het was nog uit te leggen dat u met 5% rendement, 1,2% van de opbrengst aan de fiscus kwijt was. En niet eens over het hele bedrag, maar over het gedeelte boven pak ‘m beet € 20.000 of € 40.000 als u getrouwd was.  Met de huidige rentestanden en een beetje inflatie kan het echter zomaar zijn dat u als spaarder een effectieve belastingheffing van 100% of meer  om de oren krijgt. Dit terwijl de fiscus nostalgisch terugdenkend aan vroegere tijden nog steeds uitgaat van een fictief rendement van 4%.   Een gang naar de rechter lijkt weinig soelaas te bieden. Verschillende procedures over de ongunstige werking van de vermogensrendementsheffing hebben niets opgeleverd. Een oplossing zal uit de spreekwoordelijke pen van de Staatssecretaris van Financiën moeten komen. Wat moet er nog meer gebeuren om de vermogensrendementsheffing aan te passen, zou u denken. Een negatieve rente misschien? Er zijn al voorbeelden bekend van landen in de eurozone waar spaarders banken moeten betalen om te mogen sparen. Hopelijk hoeft het hier niet zover te komen voordat de vermogenstaks meer in overeenstemming wordt gebracht met de realiteit. Het is hoopvol dat de staatssecretaris in zijn brief van 16 september 2014 over de vermogensverdeling in Nederland aangeeft de belastingheffing over inkomsten uit vermogen te willen wijzigen. Vooralsnog zijn er alleen nog geen harde toezeggingen gedaan. Dus tot er nieuw beleid komt, mag u belasting betalen over de mooie rendementen van...

Btw over door het ziekenhuis ingehuurde verpleegkundigen

De btw is een belasting waarmee de wetgever beoogt de eindconsument te treffen, zeg maar de particulier. Toch merkt die particulier er weinig van, omdat deze belasting verwerkt zit in de prijs van goederen en diensten en de heffing bij de ondernemer plaatsvindt. De ondernemer mag de btw aftrekken die andere ondernemers hem in rekening brengen. Binnen de btw gelden echter vele vrijstellingen. Eén van die vrijstellingen heeft betrekking op de medische sector. De consequentie van de vrijstelling is dat de betreffende ondernemer de hem in rekening gebrachte btw niet kan aftrekken. Hieronder volgt een voorbeeld. Een ziekenhuis heeft met spoed een secretaresse nodig. Er wordt een uitzendbureau gebeld en de volgende dag zit de uitzendkracht achter een beeldscherm in het ziekenhuis. De maand erna komt er bij het ziekenhuis de rekening van het uitzendbureau binnen met btw. Het ziekenhuis kan deze btw niet verrekenen. Als het ziekenhuis zelf iemand in (tijdelijke) loondienst had genomen, was over het loon geen btw verschuldigd geweest. Ziekenhuizen en andere organisaties die de btw niet kunnen verrekenen, zullen bij voorkeur kostenposten met btw vermijden. Dit probleem speelde bij het inhuren van extern medisch personeel. Operatieassistenten en anesthesiemedewerkers hebben zich de afgelopen jaren in toenemende mate verenigd in maatschappen, waarbij men zichzelf aan ziekenhuizen verhuurde. Hetzelfde geldt voor zzp’ers. De Belastingdienst vond dat hier sprake was van met een uitzendbureau vergelijkbare diensten en eiste dat btw in rekening werd gebracht en werd afgedragen. Waar dat niet was gebeurd, werd btw nageheven. De betrokken ondernemers waren van mening dat hun diensten voor de toepassing van de Wet omzetbelasting vrijgestelde medische diensten waren. Hierover ontstond een...